Specialisatie

in de restauratie

Restauratie mortel   MetselmortelVoegmortel

Bij elke restauratie – in welke specialisatie dan ook – zal de aandacht zich in eerste instantie moeten richten op het gebruik van de juiste materialen.
Met onze methode worden bakstenen, metsel- en voegmortels geanalyseerd op hardheid, zand en bindmiddel verhouding.

Rapportage

Gevelbedekkingen      Inboetwerk

Gevelbedekkingen zoals bijvoorbeeld de klimop Hedera, is door zijn diep indringend wortelsysteem desastreus voor het metsel- en voegwerk.
Door het dichte bladerdek kan het uittredend (leef)vocht in het metselwerk niet voldoende verdampen waardoor de kalkmortel zacht zal blijven
en zijn samenhang zal verliezen. Na het verwijderen van de klimop zijn schades aan de kalkvoegen en de zachte bakstenen duidelijk waarneembaar.
Lekkages zullen dan ook niet lang op zich laten wachten.

Advies

Arbotech   Reinigen metselwerk

Het uithalen van kapotte bakstenen en oud voegwerk zal zorgvuldig moeten gebeuren zodat omliggend materiaal onnodig of onherstelbaar wordt beschadigd.
Kennis van materialen én gereedschap zijn onlosmatig met elkaar verbonden.

Materialen

Roestig blindanker   Kalkvoeg mortel

Het inboeten van metselwerk is vakwerk. Zo zal voor de juiste baksteen moeten worden gekozen. Deze zal qua hardheid (klankkleur) en structuur zo goed mogelijk met het oorspronkelijke werk overeen moeten komen. Harde bakstenen die in ‘zacht’ metselwerk wordt ingeboet zullen als het ware voor ‘eilandtjes’ in het gevelwerk zorgen en een gelijkmatige droging van het gevelwerk belemmeren. Hetzelfde geld voor zachte bakstenen die in ‘hard’ metselwerk worden ingeboet.

De kwaliteit van een baksteen is in eerste instantie te herkennen aan de klankkleur. Een harde baksteen zal een helderde klank geven dan een zacht gebakken steen. De toe te passen hergebruikte of nieuwe baksteen dient voor wat betreft de fysische en esthetische eigenschappen aan te sluiten bij het bestaande werk. Dit betekent dat de baksteen vrij moet zijn van schadelijke hoeveelheden zouten, organische resten, roet en andere verontreinigingen. 

Als het blindanker is vrijgehakt kan met het conserveren worden begonnen. Om de roest zo goed mogelijk te verwijderen wordt een staalborstel of een dremel gebruikt. Daarna wordt het blindanker in bijvoorbeeld de Paratollak gezet en met vetband ingepakt. Het koudverzinken van het ijzer is ook een van de mogelijkheden, en kan middels een kwast of met een spray worden aangebracht.

Nadat het metselwerk op de juiste wijze is hersteld en op sterkte is kan met afwerken van het voegwerk worden begonnen. Buiten dat een voegspecie compatibel (samenwerken) moet zijn met het bestaande werk is een goed verwerkbare voegspecie een belangrijk onderdeel maar blijft secundair.Met compatibel bedoelen we dat zowel de structuur, kleur als wel de eigenschappen van de nieuwe mortel aan de bestaande mortel moet worden aangepast. 

Algemeen als stelregel luid dat als het bestaande metsel- en voegwerk uit een kalkmortel bestaat het weer met een kalkmortel zal moeten worden hersteld. Zo moet de porositeit (poreusheid) van de herstelmortel zo gelijkwaardig mogelijk zijn aan de oorspronkelijke mortel. Dit kan bijvoorbeeld door vooraf verschillende soorten zand met elkaar te gaan vermengen. Het vooraf opzetten van diverse proefstukken kan na enkele weken de uiteindelijke kleur en structuur gaan bepalen. 

Met achtergebleven vuil uit de goot kan een waterig papje worden gemaakt. Nadat het voegwerk voldoende op sterkte is gekomen, kan met een kwastje het papje op het metsel- en voegwerk worden aangebracht. Met tussenpozen kan worden bekeken of het patineren moet worden herhaald. Dit wordt soms ook ‘versneld verouderen’ genoemd. Het gebruikt van pigmenten wordt afgeraden.

Pigmenten

Patineren

Zijn de oorspronkelijke elementen niet meer te trasseren kan het kleuren met pigmenten van de bijzondere onderdelen van metselwerk een oplossing zijn.

Van Heeswijk Gebouwen Inspectie staat u graag bij met advies